Column

Er is altijd wel iets te vertellen

Het zijn flarden, stukjes, anekdotes, soms hartverscheurend maar ook hilarisch leuke uit mijn hele loopbaan met jongeren.  Humor is een van de belangrijkste dingen om te kunnen relativeren.

Mij wordt vaak gevraagd waarom ik dit doe.
Simpel.
Omdat ik in jongeren geloof.

 

 

Vol

Zij was wereldvreemd, eigenzinnig
Vol van eigen overtuiging want niet anders gewend
Zij was werelds, want alles gewend
Straat
Het klikte
Het botste
De werelden kwamen elkaar tegen
Woorden werden gewisseld
Vuisten gebald
De een bleef rustig zitten
De ander stond strak
Spanning
Blikken vurig als vlammende zee
Woedende woorden, stampende voeten
Snijden geeft rust
Rust in het, overvolle, hoofd
Uit de werkelijkheid
Even later een berichtje
Ik heb iets doms gedaan…

Ik kijk naar de openliggende huid
Ze is serieus te werk gegaan
We verzorgen samen de wonden
Lauwwarme douchestralen
Ferme vloeken glippen tussen opeengeklemde kaken
We deppen het voorzichtig droog en dekken het af
Ze wil wel even wandelen
De late avond met z’n stilte, de warme nazomerwind doet goed
Ik zeg haar te praten als ze wil maar dat samen stil zijn ook oke is
Ze wil graag stil zijn zegt ze en begint te praten

Over de top

Drama over de top dat kun je van vandaag wel zeggen.
Gevoel voor drama is haar niet vreemd en vandaag was een van de hoogtepunten.
Of dieptepunt beter gezegd in dit geval.
Met een ruk trekt ze de achterdeur open, dan de wc deur en stort zich ter aarde.
Met lange harde uithalen galmt haar diepe ellende van deze dag door het hele huis.
“Ik wil niet meeeeeeeer”
“Ik heb mezelf zo voor schut gezehet”
“Ik wil dooooooood”
Dit klinkt wel heel rigoureus dus ik ga eens kijken wat er aan de hand is
Ze ligt ineengedoken op de wc vloer, gezicht nat van de tranen, snot druipt uit haar neus.
“Wat is er gebeurd?”
“Ik wil niet meeeer, ik heb gezegd dat ik hem leuk vond!”
“oke…?..”
“Maar hij reageerde niet”
Een drup snot valt op haar onderlip
“O”
“Ik zag hem en toen zei ik dat ik hem leuk vond, hij keek me aan en toen ben ik hard weggefietst”
“Ik heb het verklooooot”
“Ik wil doooooood”
“Mijn leven is voorbijijjij”

Brazilian waaaat?!

Ik zit diep verzonken in een ingewikkeld verslag als er ineens een deur openvliegt, vervolgens weer wordt dicht gegooid en er hysterisch gegild en gejubeld wordt.
“OMG O M G !! Brazilian wax?! O M G dat lijkt me zo fokking zeer doen! Ik bel je straks hoe het gegaan is. Neee!! ik ga mijn ballen echt niet kaalharsen.” Het galmt door de ruimte. Een andere deur wordt opengegooid en ook net zo hard weer dicht gegooid. Vanachter de gesloten deur hoor ik af en toe nog wat kreten.
Ik moet lachen en denk terug aan mijn eigen jeugd. Hoe gingen wij daarmee om? Was het kaalscheren van bepaalde lichaamsdelen toen überhaupt aan de orde en spraken wij daar over met elkaar? Ik vind het mooi van deze jeugd die overal over lijkt te kunnen praten en dit ook zonder gene doet. Ik zie bij een grote groep jongeren dat ze helemaal niet kijken naar man/vrouw en wat precies bij een man hoort of bij een vrouw. Ik zie ze kijken naar een menselijk lijf die ze wel of niet aantrekkelijk vinden en daarnaast of de persoon in dat lijf bij hen past. Het gaat ze niet om man of vrouw of bi, of hetero, of gay, of trans of wat dan ook. Het zijn ruimdenkende mensen waarbij de kaders ruimer liggen dan die uit mijn jeugd.
Een uur later vliegt de deur weer open en opnieuw gegil.
“Hoe is het met je puni??!! O M G deed t zo zeer? Ik ga écht niet, ik ga echt niet!” Dan wordt er naar mij geroepen. “Inge o m g Inge weet je wat die vriendin heeft gedaan en ik zweer je ik...”
“Jaja, onderbreek ik het geratel, ik hoorde het, zij heeft Brazilian wax gedaan en jij wil niet omdat het zeer doet”
“Oh, huh, had je dat al meegekregen?”

Gedumpt

Ze zit in stilletjes te huilen op de bank in een voor haar volkomen onbekende omgeving.
Ik wil hier niet zijn is het enige wat ze voelt.
Ze snikt en bijt ondertussen op haar lip om het trillen tegen te gaan.
Ik ben gedumpt, als een hond uit de auto gezet en achtergelaten.
Ik ken hier niemand en wil ook niemand leren kennen.
Ik wil naar huis. Naar mijn mama maar dat kan niet omdat papa me dan nooit meer wil zien.
Ze pakt een kussen, krult zich op en begint hartverscheurend te huilen.

Stukjes bij beetjes deelt ze kleine delen van haar verleden.
Dit gaat over haar eerste uithuisplaatsing. Ze dacht dat ze mee ging op vakantie maar werd naar een groep gebracht.
Onbekend. Ongevraagd. Onvoorbereid.

In het centrum van wie z’n wereld

Ze woonde nog maar net bij ons en omdat ik haar zo ontzettend deze feestavond gunde had ik haar onderweg daarnaar toe een half uur langer toegezegd dan onze oorspronkelijk afgesproken tijd.
Ik sta zelf ruim op tijd midden in de nacht op de afgesproken plek want ik wil niet dat ze tussen eventuele dronkenlui buiten op mij moet wachten.
Ik hou de uitgang van het feestterrein goed in de gaten.
Er komen al wat aangeschoten lui aan lopen en ik ben blij dat ik er al sta.
De afgesproken tijd verstrijkt.
Ze komt niet.
Het is koud en miezerig.
Ik probeer voor de zoveelste keer via haar mobiel haar aandacht te trekken.
Hoe bestaat het toch dat de mobiel in de handen van de jongeren is vergroeit maar wanneer ik ze op die manier probeer te bereiken dat de mobiel dan niet aanstaat/geen bereik heeft/batterij leeg/tijdelijk verloren.
De miezerige regen blijft plakken en dringt uiteindelijk door mijn veel te dunne jas heen.
Ik word hier niet vrolijker van en besluit het feestterrein op te lopen.
Het is een gekrioel van uitgelaten feestgangers en al bijna een uur later dan afgesproken.
Al die meiden van die leeftijd zien er vanavond hetzelfde uit en ik moet moeite doen om haar te ontdekken.
En ineens zie ik haar staan.
Haar wereld niet groter dan waar ze nu is.
Er staat een groepje om haar heen.
Ze geniet zichtbaar van hun aandacht.
De wereld ligt aan haar voeten.
De jongens liggen aan haar voeten.
Zij is het centrum van de wereld.
Zij is het centrum van haar wereld.
Zorgeloos plezier maken.
Het leven is mooi.
En ineens, sta ik daar.
Volkomen uit het niets.
In het centrum van haar wereld.
Ik kijk haar recht aan.
Mijn ogen vlammen en mijn priemende vinger raakt nog net niet haar keel.
Jij! Mee! Nu!
Ze krimpt ineen.
De wereld stokt. Haar wereld stokt.
Ogen groot, haar gezicht dieprood.
Ze stapt achteruit.
Haar wereld vervaagt.
De jongens joelen.
Met een klap in de werkelijkheid.
De regen is ook voor haar nu ineens voelbaar.
Er komen halve zinnen uit haar mond. Jas verloren, munten kwijt, mobiel weg.
Thuis zeg ik dat ik niet van de preken ben maar van de antwoorden.
Ze kijkt me aan.
Ik zie haar denken.
Er komt geen smoes, er komt geen sociaal gewenst antwoord.
Enkel een simpele verklaring: “het is gewoon onbeschoft gedrag”.
Niet meer en niet minder.
Gewoon onbeschoft zegt ze en kijkt me met trieste ogen aan.
En dan moet ik ineens onbedaarlijk lachen. Ik zie dat hopeloos geschrokken gezicht weer voor me toen ze volledig opging in dat groepje, de wereld en de jongens aan haar voeten en ik die daar ineens letterlijk pal voor haar neus vanuit het niets opduik….dit is iets wat je nooit zou willen, wat je nooit verwacht maar ook nooit zou willen verwachten.

Ik weet vanaf dan al dat dit een van de anekdotes zal zijn die op de jaarlijkse bbq weer boven tafel komt. Want haar reactie was de beste genoegdoening voor dat uur wachten in de nachtelijke kou.
En hoe erg is het eigenlijk wat er is voorgevallen? Ze stond niet op de afgesproken tijd buiten. Maar ze was wel waar ze moest zijn, ze was niet verdwenen of weggelopen. Niets meer, niets minder.
Ik was in mijn tijd echt niet anders.
De kou was uit de lucht en toen kon ook zij er om lachen.
Vanaf dat moment hadden we niet veel meer nodig om elkaar te begrijpen.

Maatwerk

In de tijd dat ik haar leerde kennen was ze totaal iemand anders dan zoals ze destijds was overgedragen. Volgens de overdracht was ze veel te jong voor haar leeftijd en was er aandacht nodig gericht op haar emotionele leeftijd. Maar ik zag haar heel anders. Ik zag een vrolijke puber, inderdaad wat jong en het was een balans zoeken tussen wat met haar diagnose te maken had, wat nu karakter was en hoever ze emotioneel wel ontwikkeld was.

Verbaal was ze verdomd sterk en wist heel goed wat ze wilde. Je kunt hier iemand lelijk door overschatten. Toch besteedde ik veel tijd met haar aan het hier en nu en de verwachtingen die er zijn bij haar werkelijke leeftijd. Het ging met vallen en opstaan. Het was het waard. Ze ontwikkelde zich in een noodtempo waarbij haar emotionele leeftijd aardig haar werkelijke leeftijd aantikte. Ze werd soms zelfs opstandig! Iets wat nooit was gebeurd maar nu werd toegejuicht. Goedzo! Vind je weg! En dat deed ze. Na anderhalf jaar was ze uitgeleerd bij mij zei ze en wilde ze verder. Maar een vervolgplek is er niet zomaar.

Ik hou van maatwerk en heb altijd een planB. Om te zorgen dat ik haar niet kwijt zou raken, in de zin van “ik wil weg en daarom geen communicatie meer” bedacht ik dat ze ook bij mij 'op kamers kon' voor de duur van de wachttijd op een vervolgplek. De extra koelkast werd haar koelkast, een plek in de voorraadkast werd vrijgemaakt voor haar eigen spullen en wekelijks kreeg ze een bedrag gestort voor haar ‘eigen huishouden’. Het was een hele klus want naast school, stage, haar eigen was doen en kamer onderhouden kwam er nu ook nog zorgen voor haar eigen maaltijden bij. Maar wat pakte dit goed uit! Ze struinde aanbiedingen af, kookte iedere dag voor zichzelf én gezond. Het is fantastisch om te zien hoe iemand zich in zo’n korte tijd zo kan ontwikkelen. Als je maar mogelijkheden ziet, daarvoor openstaat, het halfvolle glas ziet wat aangereikt wordt én dat ook aanpakt.

Niet heel lang na dit experiment is ze verhuisd. In de korte tijd dat ze bij ons ‘op kamers’ woonde heeft ze net díe tools meegekregen om gezond voor zichzelf te kunnen zorgen naast al het andere dat ze al moet. Zij is oprecht een van de jongeren die ik met een gerust hart laat gaan en waar ik supertrots op ben wat ze heeft aangedurfd!

 

 

 

Guus kent zijn verantwoordelijkheden

Ze woont letterlijk amper een uur bij ons wanneer ze ongemakkelijk heen en weer schuift op haar stoel aan tafel. Guus kijkt naar haar en staat op vanuit zijn luie houding, loopt naar haar toe, duwt met zijn snuit tegen haar hand en legt zijn kop op haar benen. Als vanzelf gaan haar handen over zijn kop en kroelt ze achter zijn oor. Vanaf dat moment verliest hij haar geen moment meer uit het oog. Hij sjokt achter haar aan of ligt vanuit zijn favoriete plek naar haar te kijken. Als ze ’s avonds dusdanig op haar gemak is dat ze zich languit op de bank wil installeren met haar eigen warme dekentje over zich heen,  is hij er als eerste bij om ervoor te zorgen dat ook hij een plek bij deze installatie krijgt.

De volgende dag geeft ze aan dat ze het wel fijn zou vinden als Guus bij haar zou mogen slapen.

Er komt een nieuwe jongere kennismaken en ze is daar wat zenuwachtig voor. Ze leeft nog in een roes en voelt niet zoveel zegt ze. Het is naar vind ik, dat luchtledige waarin deze jongeren leven. Geen basis om op terug te vallen omdat die er nooit of amper geweest is, of, om welke reden dan ook, weggerukt uit hun bekende omgeving.

Dus natuurlijk mag Guus bij haar slapen. Als hij rust en vertrouwen biedt in deze totaal onbekende omgeving hoef ik daar niet eens over na te denken.

De volgende ochtend voel ik een warme snuit tegen mijn arm. Guus staat opgewekt naast me te kwispelen. Ik aai over zijn kop en wens hem goedemorgen. Daarop draait hij zich om en loopt mijn kamer weer uit. Als ik even later opsta zie ik hem nergens. Wel staan alle deuren open. Hij is weer naar boven vertrokken.

Guus kent zijn verantwoordelijkheden:-)

 

 

 

 

De pup is gearriveerd

De pup is gearriveerd. Een bloedmooi zacht hondje met t liefste snuitje ooit.

Ze komt binnen en begint meteen te gillen als ze hem ziet.” Ooooohhhhh hij is er! Hij is er! Ohh Inge nu heb ik eindelijk iets dat leeft wat ik kan knuffelen. Ik heb dit zó nodig!” De pup laat zich dit geen twee keer zeggen en reageert minstens zo enthousiast als zij. Hij duikt bij haar op de bank, kwispelt en likt over haar hele gezicht. Ze drukt haar neus in zijn zachte nek, snuift de heerlijke puppylucht op en knuffelt hem alsof ze hem nooit meer los wil laten. En dat leek ook te gebeuren. Drie volle dagen lang heeft ze met hem op haar arm gelopen, met hem op de bank gelegen en geknuffeld tot hij in slaap viel en dan nog kon ze hem niet loslaten. Zij woont inmiddels niet meer bij ons maar nog steeds als ze elkaar weer zien zijn ze beiden weer net zo hysterisch als toen op het allereerste moment.

 

Verwarrend leven

De hele klas heeft het over de kerst. Zij niet. Zij is sinds kort verhuisd naar een appartementje in een andere stad. Onder begeleiding omdat ze nog niet alleen kan wonen. Ze wil niet dat haar klasgenoten dit horen. Wat zullen ze dan wel niet denken? Ze is net 17 geworden.

"Ik vind het zo oneerlijk, Inge". Ik kijk in betraande ogen. De lip trilt.
"Iedereen denkt maar dat we gek zijn. Ik durf niemand te vertellen dat ik niet meer thuis woon. Het eerste wat mensen, áls ik het al vertel, aan mij vragen  is wat ik gedaan heb. Maar dat weet ik niet. Wat heb ik gedaan dat ik niet meer thuis mag wonen?"

Ze laat het toe dat ik mijn armen om haar heen sla.
Je hebt niets gedaan. Je was er. En dat was teveel.
Ze begint te huilen.

Van een held naar een held op sokken naar een held

We zitten met z’n allen aan tafel. De sfeer is goed en er worden over en weer grappen gemaakt. De stemming is zo ontspannen dat een van de aanwezige jongens besluit om een verhaal te delen over iets wat hij ooit geflikt heeft. Omdat hij mooi kan vertellen heeft hij de luisteraars al snel op zijn hand. Hij groeit zichtbaar als er vragen worden gesteld. Het lijkt wel alsof hij met zijn verhaal meegroeit en steeds groter wordt. Wanneer hij het idee krijgt dat een van de andere jongens onder de indruk is wordt naast grote gebaren ook zijn taalgebruik groter. ‘Alles wat hier vertelt wordt blijft tussen deze muren! En als ik ooit merk! ooit merk! dat er ook maar iets verder verteld is!, dan ben je voor je mij. Dan ben je de mijne!’ Dreigend kijkt hij hierbij naar de schuchtere jongen die volkomen in tegenstelling tot wat hij verwacht hem recht in de ogen aankijkt en op zijn meest zwoele toon vraagt: ‘Oja joh, ben ik dan eindelijk de jouwe?’

Je kon het hele gezelschap vanaf dat moment van de grond vegen van het lachen. De meest flauwe cliché grappen over zeepjes oppakken en bitches vlogen over tafel. Ik heb de verteller nog nooit zo beduusd zien kijken en de schuchtere jongen werd de held van het verhaal.

Nu nog kun je me opvegen van het lachen als ik hier aan terug denk.

Ze hangt op de bank

 

 

Het hoofd zit vol, haar ogen doods
Ze kan niet meer nadenken
Ze is boos, verdrietig, opstandig
er gaat van alles door haar heen
Ieder woord van mij is teveel
Guus loopt langs en kijkt naar haar
Dan springt hij bij haar op de bank
Bovenlijf over haar benen
Zonder nadenken aait ze over zijn kop
Guus kijkt naar mij alsof hij wil zeggen waag het niet in de buurt te komen
Dan legt hij zijn kop tegen haar borst
Ze kriebelt achter zijn oor
Beiden vallen in slaap

 

 

Heimwee

Ze fietste door het dorp
Meer dan eens per week
Ze kon haar draai niet vinden daar waar ze was
en zocht wanhopig naar iets wat niet meer bestond
Verdrietig werd ze ervan zei ze
Zoekend naar een leven dat er niet meer was
Vasthouden aan herinneringen die eigenlijk helemaal geen leuke herinneringen zijn
Nachtmerries, nacht na nacht trauma herbeleven
En toch op zoek naar vroeger